Relais-spaarschakeling
Na het inschakelen van een relais is er een lagere spanning nodig om het relais ingeschakeld te houden. Deze minimale werkspanning ligt ongeveer tussen 10 en 50% van de inschakelspanning, afhankelijk van het type relais. Op deze manier kan na het inschakelen het gebruikte vermogen verminderd worden. In dit artikel geven we een schakeling die hiervoor kan zorgen. Dit is een parallelschakeling bestaande uit een LED, een elco en een weerstand. Deze wordt met het relais in serie geschakeld. De schakeling levert niet alleen energiebesparing op, maar ook een inschakelcontrole (d.m.v. de LED) en een verlengde levensduur van het relais.
De schakeling is voor praktisch alle relais met verschillende vermogens en spanningen bruik baar.
De volgende onderdelen zijn hiervoor geschikt:
• elco’s met een capaciteit tussen 100 µF en 1000 µF met een werkspanning van 6,3 V, afhankelijk van de werkstroom van het relais;
• weerstandswaarden tussen 10 Ω en 1 kΩ, zodat er een reststroom van ongeveer 20 mA door de LED loopt;
• een groene of gele standaard LED met een werkstroom van ongeveer 20 mA.
Bij zeer lage relaisstromen kan ook een low-current LED worden gebruikt. Schakel bij hogere relaisspanningen, zoals 24 en 48 V, een zenerdiode in serie!
(Klemens Viernickel, Elektuur 511 2006-5)

